Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat het verzoek van de vader centraal om schriftelijke aanwijzingen van de gecertificeerde instelling (GI) te laten vervallen die betrekking hebben op de omgang met zijn minderjarige kind, dat zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft. De vader is gezamenlijk gezagsdrager en betwist de rechtmatigheid van de schriftelijke aanwijzingen die de GI heeft gegeven in het kader van een ondertoezichtstelling.
De kinderrechter had de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing en het verzoek afgewezen. De vader ging hiertegen in hoger beroep en voerde onder meer aan dat de schriftelijke aanwijzing onduidelijk, onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand was gekomen, mede omdat een gedragswetenschappelijk advies ontbrak en het NIFP-rapport geen agressieregulatieprobleem bij hem vaststelde.
Het hof oordeelt dat de vader ontvankelijk is in zijn hoger beroep, ondanks dat er geen sprake is van een uithuisplaatsing, omdat de wet en jurisprudentie ruimte bieden voor hoger beroep tegen contactbeperkende aanwijzingen. Het hof volgt de overwegingen van de kinderrechter dat de e-mail van 12 mei 2015 als aankondiging van de schriftelijke aanwijzing van 2 juni 2015 moet worden gezien en dat de aanwijzing voldoet aan de wettelijke eisen. De aanwijzing is redelijk gemotiveerd, mede gelet op het gedrag van de vader dat de hulpverlening bemoeilijkt. De grieven van de vader worden verworpen.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en wijst het meer of anders verzochte af. Tevens overweegt het hof dat de GI de vader passend zal informeren over de ontwikkeling van het kind, met het oog op een vruchtbare samenwerking en omgangsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en wijst het hoger beroep van de vader af.