ECLI:NL:GHARL:2015:8774
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid en kennelijk ongegrond beroep bij bestuursstrafrechtelijke beslissing
In deze bestuursrechtelijke zaak is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging van de gemachtigde om namens de betrokkene op te treden.
Het hof oordeelt dat de kantonrechter het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen herstelmogelijkheid voor het ontbreken van de machtiging is geboden. Het hof vernietigt daarom deze beslissing en beoordeelt het beroep inhoudelijk.
Het beroep richt zich op een snelheidsovertreding, maar de opgelegde sanctie betreft een roodlichtgedraging. Het hof stelt vast dat het beroep kennelijk ongegrond is omdat uit het beroepschrift zelf blijkt dat de bezwaren ongegrond zijn. De officier van justitie mocht daarom van het horen afzien.
Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de gemachtigde op eigen titel procedeert en er geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd, het beroep inhoudelijk ongegrond verklaard en het verzoek tot kostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring, verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af.