Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellant],
[appellante],
[appellante],
[appellanten],
De Marken,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter heeft de huurovereenkomst tussen de huurders en Woonstichting De Marken ontbonden en de huurders veroordeeld tot ontruiming van de woning. De huurders startten daarop een kort geding executiegeschil tegen de ontruiming, maar werden in eerste aanleg in het ongelijk gesteld waarna de woning werd ontruimd.
In hoger beroep verwierp het hof de vordering van de huurders dat de verhuurder misbruik zou hebben gemaakt van zijn executiebevoegdheid. Het hof oordeelde dat deze vraag pas in een bodemprocedure kan worden beantwoord. Tevens verwierp het hof de overige vorderingen en stelde vast dat geen sprake was van een feitelijke of juridische misslag, noch dat de huurders door de ontruiming in een noodtoestand waren gekomen.
Een verzoek van de huurders om alsnog pleidooi toe te staan werd afgewezen omdat de verhuurder niet had ingestemd met het verzoek en de toelichting vaag was. Het hof bepaalde dat het pleidooiverzoek vooralsnog werd afgewezen en sprak het arrest uit op 24 november 2015.
Uitkomst: Het hof wees alle vorderingen van de huurders af en bevestigde de ontruiming van de woning.