Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
de man,
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1981 getrouwd en in 2010 gescheiden. Bij hun echtscheiding spraken zij een partneralimentatiebedrag af met een niet-wijzigingsbeding, tenzij sprake zou zijn van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. De man verzocht de rechtbank en later het hof om dit beding te vernietigen wegens wederzijdse dwaling en wijziging van omstandigheden.
Het hof oordeelde dat de vrouw niet van een onjuiste veronderstelling was uitgegaan en dat het niet-wijzigingsbeding duidelijk was toegelicht door de mediator. De man had het convenant met het beding ondertekend en had als specialist vermogensplanner verschillende versies doorgenomen. Zijn beroep op het ontbreken van wilsovereenstemming faalde.
Verder stelde het hof dat de uitzonderingen in het convenant niet strijdig waren met het niet-wijzigingsbeding. De man kon niet aannemelijk maken dat hij niet aan het beding gehouden kon worden op grond van redelijkheid en billijkheid, ondanks zijn ontslag, stamrecht-BV en arbeidsongeschiktheid. De ontvangen ontslagvergoeding van ruim drie ton moest worden aangewend ter bestrijding van zijn inkomensachteruitgang.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en compenseerde de kosten van het hoger beroep zodanig dat elke partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek tot wijziging van de partneralimentatie werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het niet-wijzigingsbeding en wijst het verzoek tot wijziging van de partneralimentatie af.