Uitspraak
Wijziging tenlastelegging
421,45 en 47 Wetboek van Strafrecht -
140a, 140,83 en 47 Wetboek van Strafrecht –
contact gezocht met één (of meer) perso(o)nen (in Syrië) en/of (op deze wijze) inlichtingen en/of informatie ingewonnen/verkregen over (nog) aan te schaffen goederen en/of de gang van zaken/werkwijze in Syrië en/of informatie/instructies gekregen over de te volgen route naar/in Syrië en/of de (te benaderen) (contact)perso(o)n(en) in Syrië, en/of
één (of twee) auto(’s) gehuurd om daarmee te reizen naar Italië, Turkije en/of Syrië en/of om deze - na aankomst in (het grensgebied van) Turkije/Syrië aldaar te gebruiken en/of te verkopen en/of in te ruilen voor (een) andere (terrein) auto(’s), en/of
geld (in totaal - ongeveer - 15.460 euro) voorhanden gehad, en/of
koffers/tassen, (onder meer) inhoudende combatkleding en/of survivalkleding en/of survivalbenodigdheden en/of (bivak)mutsen en/of combatbrillen en/of (berg)schoenen en/of isokleding en/of een (of meer) video(’s) voorhanden gehad, inhoudende onder meer beelden van gewapende/schietende personen (in een loopgraaf) en/of uitleg over een Kalasjnikov en/of vechten, en/of
één (of meer) gegevens- en/of informatiedrager(s) met daarop één (of meer) (digita(a)l(e)) document(en) voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap en/of de strijd in Syrië, te weten
een Macbook (inbeslaggenomen onder nummer KLE-M0-1-1) met daarop:
een filmpje “ [titel 1] ”, en/of
een filmpje van een persoon die een preek, althans verhandeling, geeft over onder andere Jabhat al Nusra, en/of
een filmpje van [website 1] , met de naam “ [titel 2] ”, en/of
diverse artikelen van de website [website 2] over de strijd in Syrië, en/of
een artikel gepubliceerd op 16 april 2013 op de website van het blad NRC over waarom jongens naar Syrië willen, en/of
een artikel van de site “ [website 3] ”, en/of
een aantal telefoonabonnementen en/of kredieten afgesloten, en/of
één of meer ontmoetingen en/of contact met elkaar en/of anderen gehad om voornoemde reis naar Syrië te bespreken.
te laten vervallen omdat ik aanzienlijke feitelijke verschillen zie tussen die in hoger beroep dienende zaak [naam] en de onderhavige; de handelingen A t/m E bij [naam] zijn verdergaand dan in deze zaak en meer in relatie te brengen tot het bijvoorbeeld ‘zichzelf trainen’; [naam] onderzocht hoe explosieven te maken, had daar spullen voor voorhanden en heeft blijkbaar openlijk discussie gevoerd hoe de Jihad te voeren; in deze zaak zie je van de zaken die bij [naam] van belang waren eigenlijk alleen het regelen/informeren/bezig zijn met de reis. In die zin eigenlijk geen ‘aan trainen’ gerelateerde activiteiten; ook niet van zichzelf. Wel zie je hier wat mij betreft andere ‘voorbereidingen’; ook strafbaar, daarover later meer; maar in deze zaak laat het OM de discussie over de reikwijdte van artikel 134a Sr rusten.”
het openbaar ministerieer niet langer voor kiest artikel 134a Sr ten laste te leggen, van oordeel verdachte er op heeft mogen vertrouwen dat hij ter zake van dit strafbare feit - ook in hoger beroep - niet meer zou worden vervolgd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt daarom gehonoreerd. Dat betekent dat de wijziging van de tenlastelegging voor zover inhoudende het toevoegen van artikel 134a Sr naar het oordeel van het hof niet toelaatbaar is en dat de vordering in zoverre wordt afgewezen.
wervenvan gelden (onder 3) ten laste is gelegd, terwijl in de oorspronkelijke tenlastelegging alleen het
voorhanden hebbendaarvan stond. De verdediging heeft betoogd dat er geen sprake is van ‘hetzelfde feit’, met het gevolg dat de vordering op dit punt moet worden afgewezen.
wervenwordt niet een dusdanige andere betekenis gegeven aan de tenlastelegging dat sprake is van een ‘ander feit’ in de zin van artikel 313 Sv Pro. in combinatie met artikel 68 Sr Pro.