Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de verdeling van de voormalige echtelijke woning centraal na het vertrek van geïntimeerde in 2009 en de daaropvolgende echtscheidingsprocedure. Partijen zijn buiten gemeenschap van goederen gehuwd en hebben gezamenlijk de woning in eigendom. De man vordert verdeling van het gemeenschappelijk goed en ontruiming door de vrouw.
De voorzieningenrechter had een vonnis gewezen dat onder meer de vrouw veroordeelde tot ontruiming van de woning. De vrouw stelde hoger beroep in, maar werd voor een deel niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige inschrijving. Het hof onderschrijft de motivering van de voorzieningenrechter en benadrukt dat een voorziening tot betaling in kort geding terughoudend moet worden toegepast.
De woning is sinds het vertrek van de man door de vrouw bewoond, die niet heeft bijgedragen aan de hypotheeklasten, terwijl de man dit wel deed tot oktober 2014. Het hof constateert dat de vrouw de verkoop en verdeling van de woning heeft tegengehouden en dat het gebruiksrecht dat zij claimt niet langer toekomt. Partijen zijn het ter zitting eens geworden over uitstel van de ontruimingsdatum tot 1 maart 2015. Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de ontruiming betreft en bekrachtigt het verder, met compensatie van proceskosten.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk voor een deel van het hoger beroep; ontruiming van de woning wordt uitgesteld tot 1 maart 2015 met behoud van uitsluitend gebruik voor geïntimeerde.