Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2015:9419

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 december 2015
Publicatiedatum
10 december 2015
Zaaknummer
WAHV 200.152.137
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 8 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen vernietiging sanctiebeschikking kentekenaansprakelijkheid WAHV

De betrokkene, als kentekenhouder van een voertuig, kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het parkeren zonder geldige parkeerschijf. De kantonrechter vernietigde deze sanctie op grond van de stelling dat de gedraging door de echtgenote van betrokkene was verricht, en niet door hemzelf.

De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. Het gerechtshof oordeelde dat de kentekenaansprakelijkheid, zoals neergelegd in artikel 5 van Pro de WAHV, geldt tenzij een uitzondering uit artikel 8 van Pro de WAHV van toepassing is. Omdat de echtgenote met toestemming van de betrokkene reed, is er geen sprake van een uitzondering.

Het hof bevestigde dat de kentekenhouder aansprakelijk blijft, ook als hij niet zelf de overtreding heeft begaan, en dat de sanctie terecht is opgelegd. De kantonrechter had de sanctiebeschikking ten onrechte vernietigd. Het beroep van betrokkene wordt daarom ongegrond verklaard en de sanctie gehandhaafd.

Het hof wees er tevens op dat dergelijke administratieve sancties niet in de justitiële documentatie worden opgenomen.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep van betrokkene ongegrond en bevestigt de sanctie wegens kentekenaansprakelijkheid.

Uitspraak

WAHV 200.152.137
10 december 2015
CJIB 165353806
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant
van 6 mei 2014
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd.

Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 85,- opgelegd ter zake van “een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep zonder parkeerschijf waarop de juiste aanvangstijd is aangegeven”, welke gedraging zou zijn verricht op 4 september 2012 om 11.22 uur op het Oranjeplein te Goirle met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de bestreden beslissing alsmede de inleidende beschikking vernietigd en bepaald dat de zekerheidstelling aan de betrokkene dient te worden gerestitueerd. De kantonrechter heeft overwogen dat hij in de omstandigheden van het geval daar reden toe zag.
3. De officier van justitie kan zich met de door de kantonrechter gegeven beslissing niet verenigen en heeft daartegen hoger beroep ingesteld. De officier van justitie heeft aangevoerd dat niet is gebleken van uitzonderingen ex artikel 8 WAHV Pro op de kentekenaansprakelijkheid zoals geformuleerd in artikel 5 WAHV Pro. In de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden ziet de officier van justitie, anders dan de kantonrechter, geen redenen om voorbij te gaan aan de kentekenaansprakelijkheid.
4. De betrokkene heeft gedurende de gehele procedure aangevoerd dat niet hij maar zijn echtgenote de gedraging heeft verricht. De betrokkene is van mening dat het niet de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest dat een 'gemachtigde bestuurder' nooit op kleine overtredingen zonder aanhouding aangesproken kan worden. De betrokkene is bang dat het voor hem consequenties kan hebben dat zijn vrouw een overtreding heeft begaan die op zijn naam geregistreerd staat. Hij heeft gedaan wat in zijn vermogen ligt en wenst niet verantwoordelijk te worden gehouden voor een overtreding die hij niet heeft begaan.
De echtgenote van de betrokkene heeft gedurende de procedure meermalen erkend de overtreding te hebben begaan.
5. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt zakelijk weergegeven - in dat een blauwe Mazda Demio met het kenteken [kenteken] op het Oranjeplein te Goirle heeft geparkeerd bij een blauwe streep zonder parkeerschijf waar op de juiste aanvangstijd is aangegeven. Bij de gedragingsgegevens heeft de verbalisant vermeld: geen parkeerschijf aanwezig.
6. Niet in het geding is dat de betrokkene de kentekenhouder is van voormeld voertuig. De betrokkene bestrijdt ook niet dat met dat voertuig de hiervoor genoemde gedraging is verricht. Nu het dossier geen aanleiding geeft tot een andersluidend oordeel, staat die gedraging vast.
7. De onderhavige sanctie is aan de betrokkene opgelegd, omdat hij kentekenhouder van het voertuig is. In zaken die op grond van de WAHV worden afgedaan is de kentekenhouder - op grond van het bepaalde in artikel 5 van Pro de WAHV - aansprakelijk voor betaling van de sanctie voor een gedraging die is begaan met een voertuig waarvan het kenteken op zijn naam staat, indien - zoals in deze zaak het geval is - niet aanstonds is vastgesteld wie de bestuurder daarvan was op het moment van de gedraging. De WAHV biedt de kentekenhouder van het voertuig waarmee de gedraging is verricht niet de mogelijkheid om zich van deze kentekenaansprakelijkheid te bevrijden door de bestuurder van het betreffende voertuig bekend te maken. Desgewenst heeft de betrokkene wel de mogelijkheid om het bedrag van de sanctie op de bestuurder te verhalen. Daarom is het in beginsel niet van belang vast te stellen wie de feitelijke bestuurder van het motorrijtuig was.
8. Op de kentekenaansprakelijkheid bestaan uitzonderingen in het geval van artikel 8 van Pro de WAHV (joyriding, verhuur of verkoop van de auto). Nu uit de verklaring van de betrokkene en zijn echtgenote blijkt dat de echtgenote van de betrokkene met toestemming van de betrokkene in zijn voertuig heeft gereden (en de gedraging heeft verricht) is geen sprake van een van de in artikel 8 WAHV Pro genoemde uitzonderingen.
9. De Hoge Raad heeft de kentekenaansprakelijkheid zoals neergelegd in artikel 5 van Pro de WAHV bij uitspraak van 15 juli 1993 (NJ 1994,177) niet in strijd met het (internationale) recht geoordeeld. Vervolgens is het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bij uitspraak van 19 oktober 2004 (nr. 66273/01, gepubliceerd in Verkeersrecht 2005,1 met noot Si) tot hetzelfde oordeel gekomen.
10. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft gegeven. Het hof zal die beslissing dan ook vernietigen en, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren.
11. Ten behoeve van de betrokkene merkt het hof nog op dat gedragingen als de onderhavige, waarvoor op grond van de WAHV een administratiefrechtelijke sanctie is opgelegd, niet worden geregistreerd in de justitiële documentatie.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.