Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2015:9450

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 december 2015
Publicatiedatum
11 december 2015
Zaaknummer
21-000654-14
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens hennepteelt en diefstal van elektriciteit te Zaltbommel

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland. Verdachte werd beschuldigd van het telen van 267 moederhennepplanten en 12.150 hennepstekken, alsmede van het illegaal aftappen van 36.165 kWh elektriciteit in Zaltbommel.

Na onderzoek en een zitting op 30 november 2015 achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 11 februari 2011 tot en met 11 mei 2011 opzettelijk hennep heeft geteeld en elektriciteit heeft gestolen door het verbreken van de zegels van de elektriciteitsmeter en het aanleggen van een illegale aansluiting. Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat de kwekerij van hem was.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis wegens procedurele tekortkomingen en deed opnieuw recht. Het hof hield rekening met de ernst van de feiten, de bijdrage aan criminele activiteiten en het gevaar voor de volksgezondheid en goederen door de illegale elektriciteitsaansluiting.

De strafoplegging bestond uit een taakstraf van 120 uur, met een subsidiaire hechtenisstraf van 60 dagen. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. Het arrest werd op 14 december 2015 uitgesproken door mr. R.H. Koning, voorzitter, mr. J.I.M.W. Bartelds en mr. M.S. Groenhuijsen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis wegens hennepteelt en diefstal van elektriciteit.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000654-14
Uitspraak d.d.: 14 december 2015
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 4 februari 2014 met parketnummer 05-701468-11 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te Alkmaar op [1978] ,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 november 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,
mr. E. Yeniasci, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat.
Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2010 tot en met 11 mei 2011 te Zaltbommel (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer
- 267 ( moeder)hennepplanten en/of
- 12.150 hennepstekken,
althans hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel, vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;
2:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2010 tot en met 11 mei 2011 te Zaltbommel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 36.165 kWh elektriciteit, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V. en/of [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door het zegel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of vervolgens een elektriciteitsaansluiting buiten deze meter om te maken).
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar aanleiding van een MMA-melding bij de politie op 2 november 2010 dat er een hennepkwekerij zou zijn aan de [adres] te Zaltbommel in een woonwagen bewoond door verdachte, en een CIE-melding op 1 april 2011 dat er hennepplanten gekweekt worden op het woonwagenkamp aan de [adres] te Zaltbommel, heeft de politie op 11 mei 2011 een onderzoek ingesteld naar genoemd pand.
Op genoemd adres werden meerdere stekkenkwekerijen aangetroffen. Daarbij werden 265 moederhennepplanten en 12.150 hennepstekken aangetroffen.
De zegels van de hoofdaansluitkast van de elektriciteitsinstallatie waren verbroken en er was een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Uit onderzoek is gebleken dat er elektriciteit illegaal is wegenomen.
Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat de kwekerij van hem was.
De raadsman heeft zich ter zitting ten aanzien van de feiten in deze strafzaak gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1:
hij
op één of meer tijdstip(pen)in of omstreeks de periode van 11 februari 2011 tot en met 11 mei 2011 te Zaltbommel
(telkens
)opzettelijk heeft geteeld
en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad
een hoeveelheid van ongeveer
- 267 ( moeder)hennepplanten en
/of
- 12.150 hennepstekken,
althans hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,zijnde hennep een middel, vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;
2:
hij
op één of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 11 februari 2011 tot en met 11 mei 2011 te Zaltbommel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
36.165 kWh elektriciteit, althanseen hoeveelheid elektriciteit,
in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan Liander N.V.
en/of [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte
zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed
(eren)onder zijn bereik heeft gebracht door middel van
braakverbreking
en/of inklimming(door het zegel van de elektriciteitsmeter te verbreken en
/ofvervolgens een elektriciteitsaansluiting buiten deze meter om te maken).
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit. Bij de oplegging van de straf heeft het hof in aanmerking genomen dat hennep een gevaar voor de volksgezondheid vormt en dat verdachte met het opzetten en in standhouden van een hennepkwekerij heeft bijgedragen aan criminele activiteiten die daarmee gepaard gaan. Uit onderzoek is tevens gebleken dat door de manipulatie van de elektriciteitsmeter er bovendien gevaar voor goederen te duchten is geweest. Ook met dit gegeven heeft het hof rekening gehouden bij de strafoplegging.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 22c, 22d, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. R.H. Koning, voorzitter,
mr. J.I.M.W. Bartelds en mr. M.S. Groenhuijsen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,
en op 14 december 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M.S. Groenhuijsen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.