In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. De zaak betreft de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte uit een hennepkwekerij.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van bijna €394.149, maar tijdens de zitting werd dit bijgesteld naar €40.000. Het hof heeft op basis van het bewijs en de berekeningen het voordeel vastgesteld op €31.000. Dit bedrag is gebaseerd op een kweekperiode van zes weken, 267 moederplanten, en het aantal stekken dat nog overbleef na inbeslagname, vermenigvuldigd met een verkoopprijs per stek, minus variabele kosten en afschrijvingen.
Verdachte heeft gesteld niets aan de kwekerij te hebben overgehouden maar is niet verschenen om dit nader toe te lichten. Het hof heeft daarom de schatting van het voordeel op basis van de BOOM-rapportage en overige gegevens vastgesteld. Vervolgens is de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat opgelegd.
Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer en op 14 december 2015 uitgesproken. Een van de raadsheren kon het arrest niet medeondertekenen.