ECLI:NL:GHARL:2015:9686
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep na intrekking door verdachte
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter van 4 december 2013. Op 31 juli 2015 werd het hoger beroep aangevangen door uitroeping van de zaak, waarna het onderzoek voor onbepaalde tijd werd geschorst. Op 9 december 2015 trok de verdachte het hoger beroep in, maar dit was na aanvang van de behandeling, waardoor intrekking niet meer mogelijk was volgens artikel 453 Sv Pro.
Het hof paste artikel 416, tweede lid, Sv toe en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, omdat de verdachte zijn bezwaren niet wenste te handhaven en het hof geen reden zag tot inhoudelijke behandeling. De eis van de advocaat-generaal tot een zwaardere straf vormde geen aanleiding voor ambtshalve beoordeling.
Het arrest werd op 18 december 2015 uitgesproken door de economische kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij het hoger beroep werd afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking na aanvang van de zitting.