ECLI:NL:GHARL:2015:9695
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzoek om proceskostenvergoeding na onvoorwaardelijke intrekking hoger beroep WAHV
Betrokkene had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een sanctiebeschikking van het CJIB ongegrond had verklaard. De gemachtigde van betrokkene trok het hoger beroep onvoorwaardelijk in en verzocht tegelijkertijd om een proceskostenvergoeding voor de verleende rechtsbijstand.
Het hof oordeelde dat bij onvoorwaardelijke intrekking van het hoger beroep geen plaats is voor beoordeling van het verzoek om proceskostenvergoeding op grond van de WAHV. De advocaat-generaal had geen tegemoetkoming gedaan in het beroep, waardoor ook geen afzonderlijke kostenveroordeling mogelijk was.
Daarom werd betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om proceskostenvergoeding. Het hof bevestigde dat de inleidende sanctiebeschikking volledig in stand blijft en dat het verzoek om kostenvergoeding niet kan worden toegewezen.
De beslissing werd uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 december 2015, waarbij mr. Dijkstra als rechter en mr. Kuiper als griffier aanwezig waren.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek om proceskostenvergoeding na onvoorwaardelijke intrekking van het hoger beroep.