Uitspraak
de man,
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 november 2015 uitspraak gedaan over het hoger beroep van een man tegen beslissingen van de rechtbank inzake de verdeling van de huwelijkse goederengemeenschap, het gezag over de kinderen en de kinderalimentatie. De man had het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald, waardoor hij niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn hoger beroep voor de verdeling van de huwelijkse goederen en kinderalimentatie.
Voor het onderdeel gezag werd de man niet-ontvankelijkverklaring achterwege gelaten vanwege de generieke toepassing van de hardheidsclausule in familiezaken. De vrouw had een incidenteel appel ingesteld tegen de beslissing over de kinderalimentatie, dat wel inhoudelijk door het hof werd behandeld. De man kreeg de gelegenheid om binnen zes weken via een advocaat een verweerschrift in te dienen in het incidenteel appel.
Het hof hield verdere beslissingen aan en verwees naar eerdere beschikking van de rechtbank Midden-Nederland. De procedure kenmerkt zich door het strikt toepassen van artikel 282a Rv over griffierechtbetaling en de uitzonderingen daarop in familiezaken. De niet-ontvankelijkverklaring geldt alleen voor de onderdelen waar geen hardheidsclausule van toepassing is.
Uitkomst: Man niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet tijdige betaling van griffierecht, behalve voor gezagskwestie.