ECLI:NL:GHARL:2016:1011
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens schending vertrouwensbeginsel bij handhaving loslopende hond
In deze strafzaak stond de overtreding van artikel 2:53, lid 1, sub a, van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009 centraal, waarbij verdachte werd vervolgd voor het laten loslopen van een hond binnen de bebouwde kom zonder aanlijning.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en oordeelde dat het feit niet verjaard was, maar dat het openbaar ministerie onrechtmatig handelde door af te wijken van het gemeentelijk handhavingsbeleid. Dit beleid, vastgelegd in het Beleidsplan Handhaving gemeente Groningen 2010-2013, voorzag dat toezicht op loslopende honden plaatsvindt op basis van klachten, wat in deze zaak niet het geval was.
Het hof stelde vast dat het openbaar ministerie zich gebonden moest achten aan dit beleidsplan, dat als beleidsregel geldt volgens artikel 4:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor mocht verdachte erop vertrouwen niet vervolgd te worden voor het feit. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging, waarbij tevens de strafbeschikking werd vernietigd.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens schending van het vertrouwensbeginsel.