ECLI:NL:GHARL:2016:1020

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 februari 2016
Publicatiedatum
10 februari 2016
Zaaknummer
15/00401
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 AwbArt. 7:11 AwbArt. 7:15 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen proceskostenvergoeding bij legesheffing door onbevoegd bestuursorgaan

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een legesheffing van €0,70 voor het verstrekken van kopieën op grond van een WOB-verzoek, omdat het bedrag door een onbevoegd bestuursorgaan was geheven. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege het ontbreken van een beslissing op het verzoek om proceskostenvergoeding in de uitspraak op bezwaar en kende een vergoeding van €245 toe voor de beroepsfase.

Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding en vorderde ook vergoeding voor de bezwaarfase. Het hof oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek in de uitspraak op bezwaar was hersteld doordat het bevoegde bestuursorgaan het bezwaar inhoudelijk had beoordeeld, waardoor het bezwaar ongegrond moest worden verklaard en geen proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase toekomt.

Het hof zag geen reden voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de voorzitter en twee raadsheren, met griffier aanwezig. Beide partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.

De zaak betreft de rechtsvraag over de gevolgen van een bevoegdheidsgebrek bij legesheffing en de toekenning van proceskostenvergoedingen in bezwaar- en beroepsfase. Het hof bevestigt de rechtspraak dat een bevoegdheidsgebrek kan worden hersteld door het bevoegde bestuursorgaan in de bezwaarprocedure.

De uitspraak benadrukt het belang van correcte bevoegdheidsuitoefening en de voorwaarden voor proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase wordt niet toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

Afdeling belastingrecht
Locatie Arnhem
nummer 15/00401
uitspraakdatum:
9 februari 2016
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X], wonende te
[Z](hierna: belanghebbende),
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 16 april 2015, nummer LEE 14/4284, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Slochteren(hierna: de heffingsambtenaar)

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
Aan belanghebbende is ter zake van het verstrekken van kopieën in het kader van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid bestuur (WOB) een bedrag aan leges in rekening gebracht van € 0,70.
1.2.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de in rekening gebrachte leges. De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 23 september 2014 het bedrag aan leges gehandhaafd.
1.3.
Belanghebbende is tegen die uitspraak van de heffingsambtenaar in beroep gekomen. De rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank) heeft bij uitspraak van 16 april 2015 het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd voor zover daarin niet is beslist op het verzoek om een proceskostenvergoeding, en de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 245.
1.4.
Belanghebbende heeft bij faxbericht van 20 april 2015 tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
1.5.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.6.
Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend.
1.7.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2015 te Arnhem. Partijen zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen.

2.Feiten

2.1.
Het college van burgemeester en wethouders heeft aan belanghebbende een bedrag aan leges in rekening gebracht ter zake van het verstrekken van kopieën van stukken.
2.2.
Het college was niet bevoegd tot het heffen van leges. De bevoegdheid daartoe is toegekend aan de heffingsambtenaar.
2.3.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de in rekening gebrachte leges. Op dit bezwaar is uitspraak gedaan door de heffingsambtenaar. Daarbij heeft hij de in rekening gebrachte leges gehandhaafd. In de uitspraak is niet beslist op belanghebbendes verzoek om een proceskostenvergoeding.
2.4.
De Rechtbank heeft geoordeeld dat het bevoegdheidsgebrek in de uitspraak op bezwaar is hersteld, zodat dit gebrek niet leidt tot een gegrond beroep. Aangezien in de uitspraak niet is beslist op belanghebbendes verzoek om een proceskostenvergoeding, verklaart de Rechtbank het beroep om die reden gegrond. De heffingsambtenaar is veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 245 voor de in beroep door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

3.Geschil

3.1.
In geschil is of de door de Rechtbank toegekende proceskostenvergoeding van € 245 te laag is.
3.2.
Belanghebbende heeft betoogd dat het bezwaar vanwege het bevoegdheidsgebrek gegrond moet worden verklaard en dat om die reden ook voor de bezwaarfase een proceskostenvergoeding moet worden toegekend.
3.3.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank voor wat betreft de proceskostenvergoeding en tot toekenning van een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase van € 244 en voor de beroepsfase van € 245.
3.4.
De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4.Beoordeling van het geschil

4.1.
Vaststaat dat de leges in rekening zijn gebracht door een niet tot heffing bevoegd bestuursorgaan. Een dergelijk bevoegdheidsgebrek vloeit niet voort uit schending van een vormvoorschrift. Daarom kan dit gebrek niet met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) worden gepasseerd (vgl. HR 24 december 2010, nr. 10/00154, ECLI:NL:HR:2010:BO0396).
4.2.
Dat hoeft echter niet zonder meer te leiden tot vernietiging van het besluit dat door het verkeerde bestuursorgaan is genomen. In het onderhavige geval heeft het bevoegde orgaan, de heffingsambtenaar, het bestreden besluit op de voet van artikel 7:11 Awb Pro aan een inhoudelijke beoordeling onderworpen en uitspraak op het bezwaar gedaan. Daarmee is het onderhavige bevoegdheidsgebrek hersteld (vgl. HR 24 december 2010, nr. 10/00154, ECLI:NL:HR:2010:BO0396).
4.3.
Nu het bevoegdheidsgebrek in de uitspraak op bezwaar afdoende is gerepareerd, en de heffingsambtenaar voor het overige geen aanleiding heeft gezien de primaire beslissing te herroepen, dient het bezwaar van belanghebbende ongegrond te worden verklaard. Voor een vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase is op grond van artikel 7:15 Awb Pro dan geen plaats. Belanghebbendes andersluidende betoog faalt derhalve.

5.Proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

6.Beslissing

Het Hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J.H. van Suilen, voorzitter, mr. R.F.C. Spek en mr. J.J. Westerbaan, in tegenwoordigheid van drs. S. Darwinkel als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken
9 februari 2016.
De griffier, De voorzitter,
(S. Darwinkel) (A.J.H. van Suilen)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op: 11 februari 2016
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
zes wekenna de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),
postbus 20303, 2500 EH Den Haag
Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 – het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.