Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
De motivering van de beslissing
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond het verzoek van de vader centraal om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen. Het hof stelde vast dat er sprake was van een gespannen situatie tussen de ouders, gekenmerkt door wederzijds wantrouwen en gebrek aan communicatie. De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd geen zorgregeling vast te stellen, mede omdat zij niet met het kind zelf had kunnen spreken.
Het hof benoemde een bijzondere curator die onderzoek deed naar het belang van de minderjarige. Uit haar verslag bleek dat het kind geen contact met de vader wenst, mogelijk uit zelfbescherming, en dat een opgelegde omgangsregeling averechts zou werken op haar gemoedstoestand. De bijzondere curator adviseerde een periode van rust en deskundige begeleiding voor alle betrokkenen.
Het hof concludeerde dat het vaststellen van een zorgregeling op dit moment in strijd zou zijn met de zwaarwegende belangen van de minderjarige. Er is geen zicht op verbetering van de situatie tussen de ouders, en het kind moet in een stabiele omgeving kunnen opgroeien zonder de spanningen tussen de ouders.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de vader af. Het hof benadrukte het belang van professionele hulp voor de ouders en het kind en het belang van het herstel van vertrouwen, waarbij het volledig ontbreken van contact op termijn de ontwikkeling van het kind kan belemmeren.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot een omgangsregeling af wegens het belang van rust en stabiliteit voor de minderjarige.