Uitspraak
[verzoeker],
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling van het verzoekDe ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
De gronden van het wrakingsverzoek
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen drie raadsheren van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, die betrokken waren bij de behandeling van zijn hoger beroep tegen de faillietverklaring. Verzoeker stelde dat hij vanwege zijn ADD-beperking onvoldoende gelegenheid had gekregen om het woord te voeren en dat zijn advocaat onvoldoende adequaat reageerde, waardoor zijn recht op een effectieve rechtsgang werd geschonden.
De wrakingskamer heeft het verzoek tegen twee raadsheren ingetrokken verklaard en het verzoek tegen de voorzitter, mr. Tubben, inhoudelijk beoordeeld. Uit het proces-verbaal en de ingediende stukken bleek dat de mondelinge behandeling ruim twee uur duurde, er voldoende gelegenheid was voor overleg en toelichting, en dat verzoeker zelf ook het woord heeft kunnen voeren. De voorzitter heeft geen tekortkomingen vertoond en heeft rekening gehouden met de beperking van verzoeker door schorsingen toe te staan.
De wrakingskamer oordeelde dat geen sprake was van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 23 december 2016 door de wrakingskamer bestaande uit mr. W.P.M. ter Berg, mr. J.D.S.L. Bosch en mr. G. Dam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.