ECLI:NL:GHARL:2016:10592

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 december 2016
Publicatiedatum
3 januari 2017
Zaaknummer
21-003715-15
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplichtigheid wegens ontbreken opzet op vrijheidsberoving

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 30 december 2016 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen een verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan vrijheidsberoving en gijzeling. De zaak was terugverwezen door de Hoge Raad na een eerdere veroordeling door de rechtbank Utrecht.

De tenlastelegging betrof het opzettelijk verschaffen van middelen en het behulpzaam zijn bij het wederrechtelijk van de vrijheid beroven van een persoon, met als doel het afdwingen van een groot geldbedrag. Verdachte had voertuigen ter beschikking gesteld en een valse aangifte van diefstal gedaan. De rechtbank had verdachte veroordeeld op basis van opzet op het grondfeit.

Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen en kwam tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat verdachte wist van het delict van vrijheidsberoving op het moment van zijn handelen. Zijn verklaringen gaven aan dat hij pas na de aangifte van diefstal op de hoogte was van de ontvoering en dat hij niet wist dat de voertuigen voor een gijzeling waren gebruikt. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding kon daarom niet worden toegewezen.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Beide partijen dragen hun eigen kosten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor opzet op het grondfeit van vrijheidsberoving.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003715-15
Uitspraak d.d.: 30 december 2016
TEGENSPRAAK
Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen - na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 14 april 2015 op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 20 augustus 2012 met parketnummer 16-712118-11 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [1989] ,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is -na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad- gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 december 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. Y. Moszkowicz, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- tenlastegelegd dat:
primair:
hij in of omstreeks de periode van 24 november 2011 tot en met 1 december 2011 te Utrecht en/of te [adres] , althans in het arrondissement Utrecht en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [benadeelde] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten (de vader) [vader benadeelde] , althans een of meer familieleden van die [benadeelde] , te dwingen 3 miljoen euro, althans 2,5 miljoen euro, in elk geval een zeer groot geldbedrag, aan verdachte en/of zijn mededader(s) te betalen, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, - die [benadeelde] opgewacht bij zijn woning en/of - die [benadeelde] in een (gereed staand(e)) personenauto/busje gesleept/gesleurd/gegooid/gestopt en/of - die [benadeelde] (tegen zijn wil) vervoerd naar een woonwagen/stacaravan, gelegen aan de [adres] te [adres] en/of - die [benadeelde] (tegen zijn wil) vastgehouden in voornoemde woonwagen/stacaravan (door hem vast te binden aan een tafel en/of hem (bij voortduring) te bewaken) en/of - meermalen telefonisch contact opgenomen met (de vader van die [benadeelde] ) [vader benadeelde] en deze [vader benadeelde] medegedeeld dat 'ze zijn zoon hadden' en/of dat 'hij drie miljoen euro moest betalen als hij zijn zoon weer zou willen zien', althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of een of meer mededader(s) in of omstreeks de periode van 24 november 2011 tot en met 1 december 2011 te Utrecht en/of te [adres] , althans in het arrondissement Utrecht en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [benadeelde] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten (de vader) [vader benadeelde] , althans een of meer familieleden van die [benadeelde] , te dwingen 3 miljoen euro, althans 2,5 miljoen euro, in elk geval een zeer groot geldbedrag, aan voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of diens mededader(s) te betalen, immers heeft/hebben voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of diens mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
- die [benadeelde] opgewacht bij zijn woning en/of
- die [benadeelde] in een (gereed staand(e)) personenauto/busje gesleept/gesleurd/gegooid/gestopt en/of
- die [benadeelde] (tegen zijn wil) vervoerd naar een woonwagen/stacaravan, gelegen aan de [adres] te [adres] en/of
- die [benadeelde] (tegen zijn wil) vastgehouden in voornoemde woonwagen/stacaravan (door hem vast te binden aan een tafel en/of hem (bij voortduring) te bewaken) en/of
- meermalen telefonisch contact opgenomen met (de vader van die [benadeelde] ) [vader benadeelde] en deze [vader benadeelde] medegedeeld dat 'ze zijn zoon hadden' en/of dat 'hij drie miljoen euro moest betalen als hij zijn zoon weer zou willen zien', althans woorden van gelijke aard en/of strekking, tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 november 2011 tot en met 1 december 2011 te Utrecht en/of elders in Nederland opzettelijk middelen heeft verschaft en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 24 november 2011 tot en met 1 december 2011 te Utrecht en/of elders in Nederland opzettelijke behulpzaam is geweest door
- ( onder toezegging van een beloning van 10.000 Euro) twee voertuigen, althans een voertuig, ter beschikking te stellen en/of te regelen en/of
- in opdracht van een of meer van de daders bij de politie aangifte te doen dat een van die voertuigen was gestolen en/of het andere voertuig terug te bezorgen bij de verhuurder;
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Op 24 november 2011 werd het slachtoffer gegijzeld en op 1 december 2011 werd het slachtoffer door de politie bevrijd. In verband met de gijzeling op 24 november 2011 is gebruik gemaakt van een Chrysler en een Volkswagen Crafter. De Chrysler stond vanaf 18 november 2011 op naam van verdachte en de Volkswagen Crafter was door verdachte gehuurd. Verdachte heeft op 25 november 2011 een valse aangifte gedaan van diefstal van de Chrysler.
Om tot een bewezenverklaring te komen, geldt zowel ten aanzien van het primair als ten aanzien van subsidiair tenlastegelegde dat verdachte (onder meer) opzet moet hebben gehad op het gronddelict, te weten het van de vrijheid beroven van een persoon en/of het van die vrijheid beroofd houden van die persoon. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld voor het subsidiair tenlastegelegde en achtte dus opzet op het grondfeit bewezen. Ook de advocaat-generaal vindt dat het subsidiair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard en dat sprake is van (voldoende) opzet op het grondfeit.
Zowel de rechtbank als de advocaat-generaal leiden uit de verklaringen van de verdachte zijn opzet op het grondfeit af. Voor zover relevant heeft verdachte het volgende verklaard. Op 14 januari 2012:
V: wat weet je van de ontvoering van [verdachte] ?
A: Niet veel.
V: wat weet je wel?
A: Dat mijn auto is gebruikt.
V: Wanneer is afgesproken dat jouw auto gebruikt zou worden?
A: Er is geen datum afgesproken. Ik was aan het werk op dat moment, ik wist helemaal niet dat het zou gebeuren.
O: Het is op een donderdagavond gebeurd.
A: Toen was ik aan het werk.
V: Wanneer hoorde je dat ze jouw auto hadden gebruikt voor de ontvoering.
A: Nadat ik klaar was met werken.
(….)
V: Wat is verder afgesproken over de auto nadat jij hoorde dat hij bij de ontvoering was gebruikt?
A: Toen moest ik aangifte gaan doen, tegen diefstal.
V: Wat heeft [medeverdachte 4] verteld over waar hij de auto had neergezet?
A: Dat heeft hij niet verteld, ik wist niet waar de auto was. Ik wist niets van het gedoe. Alleen dat ik aangifte moest doen, meer wist ik niet.
(….)
V: Op het moment dat die Chrysler gekocht werd, wist je toen waarvoor die gebruikt zou gaan worden?
A: Niet correct, ik wist niet dat hij voor een ontvoering of gijzeling gebruikt ging worden. Mag ik weten wie er ontvoerd is?
(…..)
V: Wanneer hoorde je dat de Chrysler en de Volkswagenbus voor een ontvoering waren gebruikt?
A: Ik heb niet echt gehoord dat het voor een ontvoering was. Ik heb gehoord dat het voor een persoon was, maar niet voor een gijzeling of ontvoering ofzo. Dat was mij niet verteld.
V: Wat heb je wel gehoord?
A: Voor een persoon.
V: Hebben ze jou later nog verteld wie ze ontvoerd hadden?
A: Nee, helemaal niks. Ook niet waar, ook niet hoe. (…)
V: Wanneer heb jij voor het eerst van de ontvoering gehoord?
A: Ik denk anderhalf week later.
V: Op welke manier heb je van de ontvoering gehoord?
A: Teletekst.
(….)
V: Wat heb je gekregen voor het kopen van de Chrysler en het huren van de Volkswagenbus?
A: Helemaal geen reet. (…) Er is mij een belofte gedaan om geld te geven, maar dit is niet gebeurd. Tot € 10.000 zouden ze geven (…).
Ik heb dit niet gedaan voor de jongen, maar voor mezelf. Om van mijn schulden af te komen.
O: Daarom hebben we ook aangegeven, het is goed dat je voor jezelf kiest. Je wist niet dat het om een ontvoering ging.
Op 23 januari 2012:
(…)
O: Jij hebt via [medeverdachte 4] vernomen dat een Chrysler en de Volkswagen voor een persoon waren gebruikt.
V: Heeft hij dit zo gezegd of heb jij dit voor jezelf ingevuld dan?
A: Hij heeft dat niet gezegd. De eerste keer dat ik hem sprak kwam er iets over een persoon naar voren. Daar ben ik niet op ingegaan. Ik wist niet voor 100% waarvoor het was. Ik heb niet genoeg informatie gekregen, laat ik het zo zeggen.
O: Jij verklaarde dat je de Chrysler aan de ontvoering koppelde nadat je via teletekst gelezen had dat er iemand ontvoerd was.
A: Dat is mij verteld.
V: Dat is jou verteld?
A: Na de aangifte. Een paar dagen na de aangifte.
V: Wie heeft dat tegen jou verteld?
A: [medeverdachte 4] .
(….)
V: Wat vond je van de hoogte van het bedrag van € 10.000?
A: Veel. Voor mij is dat veel. (…)
V: Maar gezien de hoogte van het bedrag, begreep jij ook wel dat het niet ging om een inbraakje ofzo?
A: Nee, kan, alles kan.
V: Een flinke kraak dan?
A: Zou kunnen toch? Met alles kun je wel wat geld verdienen denk ik, het hoeft niet per se een ontvoering te zijn.
(Naar aanleiding van de huur door verdachte van een andere bus dan de bus die bij de ontvoering is gebruikt):
V: waarvoor is deze bus gebruikt?
A: Dat weet ik niet.
V: en waarom weet je dat niet?
A: Ik weet het niet. Dat hoorde bij een plan ofzo. Ik moest gewoon een busje huren.
Verdachte heeft
nietverklaard dat hij - op het moment van het op naam laten zetten van de Chrysler, het huren van de Volkswagen Crafter en het ter beschikking stellen van die voertuigen – wist van of rekening hield met een ontvoering. Aan verdachte was wel € 10.000 beloofd. Volgens de advocaat-generaal volgt uit de verklaring van de verdachte dat hij toen ook wist dat het ging om een planmatig delict, waarmee veel geld te verdienen was ‘dat in betrekking stond tot een persoon’.
Het hof volgt die interpretatie niet. Verdachte heeft verklaard dat de auto’s voor een persoon waren gebruikt. Niet is gebleken dat verdachte die wetenschap al had op het moment van het op naam zetten van de voertuigen en het ter beschikking stellen van die voertuigen. Bovendien houdt de verklaring dat de auto’s voor een persoon waren gebruikt, niet in dat verdachte wist dat het ging om een delict dat in betrekking stond tot een persoon. Voor een persoon gebruiken kan immers ook betekenen voor verdachte dat die voertuigen ten behoeve van een andere persoon werden gebruikt, zonder dat die persoon het slachtoffer zou zijn van een delict.
Volgens de advocaat-generaal wist de verdachte op het moment dat hij aangifte deed van diefstal van de Chrysler (namelijk op 25 november 2011) zeker dat er een ontvoering had plaatsgevonden. Door die aangifte zou de verdachte volgens de advocaat-generaal behulpzaam zijn geweest bij het gronddelict.
Ook hier volgt het hof de advocaat-generaal niet. Verdachte heeft nimmer verklaard dat hij reeds op het moment van het doen van aangifte wist van de ontvoering. Hij heeft juist verklaard dat hij pas na de aangifte wist van de ontvoering. De verbalisant heeft verdachte vragen gesteld over zijn wetenschap met betrekking tot het moment waarop hij wist dat die auto was gebruikt. In deze vragen heeft de verbalisant twee keer het doel van het gebruik vervlochten, zonder dat duidelijk is geworden dat deze verdachte tevens bevroeg over zijn wetenschap met betrekking tot het feit dat de auto gebruikt was voor de ontvoering en zonder dat duidelijk wordt dat verdachte heeft begrepen dat hem ook daarover vragen werden gesteld. Het hof gaat er met de raadsman van uit dat verdachte dit niet zo heeft begrepen, gelet op de antwoorden die hij later gaf op vragen waarin het voor de verdachte kennelijk wel duidelijk was dat hem gevraagd werd naar het moment waarop hij op de hoogte was van de ontvoering.
Het hof komt dus, anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal, tot de conclusie dat niet kan worden bewezen dat verdachte op het moment dat hij handelingen pleegde die het van de vrijheid beroven of beroofd houden van een persoon, bevorderden, heeft geweten (ook niet in de zin van voorwaardelijk opzet) van dat misdrijf. Dat verdachte door het hem beloofde, voor hem grote geldbedrag er rekening mee gehouden moet hebben dat er met de voertuigen misdrijven gepleegd zouden worden, acht het hof niet specifiek genoeg om tot een bewezenverklaring te komen van het opzet op het gronddelict, zoals tenlastegelegd.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 33.222,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 33.222,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het primair en subsidiair ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Aldus gewezen door
mr. P. van Dijken, voorzitter,
mr. H. Abbink en mr. J.D. den Hartog, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. P.A.C. Admiraal, griffier,
en op 30 december 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 30 december 2016.
Tegenwoordig:
mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,
mr. J.W.M. Grimbergen, advocaat-generaal,
mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.