Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.[de vader] ,
2. [pleegouders1] ,
3. [pleegouders2] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland waarin de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen is verlengd tot 28 mei 2017. De moeder betwist deze verlenging en verzoekt om een kortere duur van zes maanden met aanvullend diagnostisch onderzoek naar haar opvoedkundige kwaliteiten.
Het hof heeft het advies van de gecertificeerde instelling (GI) en het rapport van de deskundige [G] uit juni 2015 onderzocht. Dit rapport, gebaseerd op de methode “Kiezen voor kinderen”, concludeert dat de kinderen niet bij de ouders kunnen opgroeien vanwege het belang van een veilig ontwikkelingsklimaat. Het hof acht dit advies gedegen en ziet geen noodzaak tot aanvullend onderzoek, mede omdat dit de kinderen zou belasten.
De kinderen verblijven sinds februari 2015 in pleeggezinnen en een 24-uursvoorziening. Het gedrag en de ontwikkeling van de kinderen zijn daar positief, terwijl de ouders ondanks intensieve hulpverlening niet in staat zijn gebleken een stabiele opvoedingssituatie te bieden. Het hof benadrukt het belang van continuïteit en veiligheid voor de kinderen en prijst de samenwerking van de ouders met de hulpverlening voor het faciliteren van contact.
Gelet op deze overwegingen bekrachtigt het hof de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de moeder af, waarmee de verlenging van de uithuisplaatsing ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen wordt bekrachtigd tot uiterlijk 28 mei 2017.