Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
over de kwestie van de bevoegdheid in de incasso van ons kantoor op jouw cliënt [geïntimeerde]”, zij het dat aan het slot van de e-mail van 2 augustus 2011 van [appellant] aan [A] nog is vermeld “
Overigens laat een en ander een betalingsregeling door jouw cliënt onverlet,(…)”. Van overeenstemming over integrale betaling van alle facturen wordt echter niet gesproken. Wel is in deze e-mail, voor zover thans van belang, het volgende opgenomen:
Aldus spraken wij af, dat jij de bij conclusie van antwoord in incident opgenomen stellingen niet zult handhaven en dat de Rechtbank dus nu bericht zal moeten worden dat verzocht wordt om inhoudelijk vonnis, en dat verzocht wordt de ingenomen stellingen omtrent de onbevoegdheid en/of niet-ontvankelijkheid als niet geschreven te willen beschouwen. (…) Ik zal de Rechtbank conform berichten met jouw instemming, en jou dus een kopie zenden. Echter, dat kan ik op dit moment niet, nu ik geen rolmoment zie. Allicht zal dat moeten met een akte na tussenvonnis”.
lange samenvatting maar klopt dus mee eens”), maar dat laat onverlet dat [A] de mogelijkheid heeft gehad deze conclusie terug te nemen indien hij van oordeel was dat hetgeen in zijn conclusie stond niet strookte met de afspraak dat hij namens zijn cliënt [geïntimeerde] het beroep op onbevoegdheid/niet-ontvankelijkheid zou laten varen. Dat heeft [A] niet gedaan.