ECLI:NL:GHARL:2016:1632
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig beslissen op administratief beroep door officier van justitie
Betrokkene had bij de kantonrechter beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de officier van justitie op een administratief beroep. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees verzoeken tot dwangsom, kostenvergoeding en een opdracht aan de officier van justitie af.
De gemachtigde van betrokkene stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat-generaal diende een verweerschrift in, maar de gemachtigde maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot nadere schriftelijke toelichting.
Het hof constateerde dat de kantonrechter niet had gehandeld overeenkomstig artikel 6:20, derde lid, Awb, dat bepaalt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen mede geacht wordt te zijn gericht tegen de beslissing van de officier van justitie. Daarom gaf het hof de gemachtigde alsnog de gelegenheid om de gronden van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie in te dienen.
Het hof hield iedere verdere beslissing aan totdat de gronden zijn ingediend. Dit arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg.
Uitkomst: Het gerechtshof stelt de gemachtigde in de gelegenheid om gronden van het beroep in te dienen en houdt verdere beslissing aan.