ECLI:NL:GHARL:2016:1826
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt terugbetalingsverplichting geldlening zonder vaste termijn
In deze civiele procedure stond de terugbetaling van meerdere geldleningen centraal die appellant aan geïntimeerde had verstrekt zonder expliciete terugbetalingstermijn. Het hof bevestigde dat er sprake was van overeenkomsten waarbij de lener het geleende bedrag moest teruggeven zodra hij daartoe in staat was, conform artikel 7A:1798 BW.
Getuigenverklaringen van appellant, diens dochter en een administrateur bevestigden de leningen en de omstandigheden waaronder deze waren verstrekt, waarbij geïntimeerde niet in het tegenbewijs slaagde. De leningen waren opgenomen in de administratie van de v.o.f. en betrokken bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap.
Het hof oordeelde dat de terugbetalingsverplichting opeisbaar was na opzegging in 2011 en dat het beroep op verjaring voor de lening uit 2005 faalde door tussentijdse betalingen. Het verzoek van geïntimeerde om uitstel van betaling op grond van artikel 7A:1797 BW werd afgewezen wegens onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie.
De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Gelderland en wees de vordering van appellant grotendeels toe, veroordeelde geïntimeerde tot betaling van €80.377,90 met wettelijke rente en in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van €80.377,90 met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2011, zonder uitstel van betaling.