Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat een geschil centraal tussen de ouders over het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling van hun twee minderjarige kinderen, geboren in 2002 en 2003. De moeder verzet zich tegen het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag en een omgangsregeling, terwijl de vader tevens een dwangsom wil opleggen voor het niet naleven van de haal- en brengregeling.
Het hof constateert dat er een belangenstrijd bestaat tussen de ouders en de minderjarigen zoals bedoeld in artikel 1:250 BW Pro. De ouders zijn niet in staat om tot overeenstemming te komen, mede gelet op de wensen van de kinderen tijdens een eerder gestart maar vroegtijdig afgebroken ONS-traject.
Daarom acht het hof het noodzakelijk om een bijzondere curator te benoemen die de belangen van de minderjarigen zowel in als buiten rechte zal behartigen. De ouders stemmen hiermee in. Mevrouw drs. [D], psycholoog, wordt benoemd tot bijzondere curator. Het hof houdt verdere beslissingen aan en roept de bijzondere curator op voor een mondelinge behandeling op 15 maart 2016.
Uitkomst: Het hof benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarigen te behartigen en houdt verdere beslissingen aan.