Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft een verzoek van de man om de kinderalimentatie met ingang van de datum van zijn gijzeling op nihil te stellen. De man werd gegijzeld vanaf 8 oktober 2014 en kon gedurende die periode geen inkomsten verwerven. Hij stelde dat hij geen vermogen of inkomen had en dat zijn schulden aanzienlijk waren. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en inkomsten.
Het hof overwoog dat er sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden conform artikel 1:401 lid 1 BW Pro, maar dat de man onvoldoende inzage gaf in zijn schulden, inkomsten en verdiencapaciteit. Ondanks zijn detentie en gezondheidsproblemen kon niet worden vastgesteld dat hij geen inkomsten kon verwerven. Ook ontbraken medische verklaringen en bewijs van inspanningen om inkomsten te genereren.
Gelet op het gebrek aan bewijs en het risico dat de man onvoldoende stukken overlegd, faalden zijn grieven. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank die het verzoek tot nihilstelling afwees en veroordeelde de man in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot nihilstelling van kinderalimentatie wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie van de man.