Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
15 maart 2016
[Z]
heffingsambtenaarvan de
gemeente Zevenaar(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning gebouwd in 2011 met een inhoud van 459 m3 en een perceel van 434 m2. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde per peildatum 1 januari 2013 vastgesteld op €303.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Hof. Tijdens de zitting op 11 februari 2016 werden de standpunten van beide partijen besproken, waarbij de heffingsambtenaar zich baseerde op een taxatierapport met vergelijkingsobjecten en waardecorrecties.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht gaf in de gehanteerde m3-prijzen en de onderlinge waardeverhoudingen, terwijl belanghebbende ook geen aannemelijk bewijs leverde voor zijn lagere waarde van €263.000. Gezien de gebrekkige onderbouwing van beide partijen stelde het Hof de waarde in goede justitie vast op €290.000.
Daarnaast veroordeelde het Hof de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd op 15 maart 2016 in het openbaar gedaan door de vierde meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het Hof stelt de WOZ-waarde van de woning vast op €290.000 en vernietigt de eerdere uitspraak en aanslag.