Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2011. De rechtbank had het gezag aan de moeder toegekend en een zeer beperkte omgangsregeling vastgesteld. De man ging in hoger beroep tegen deze beschikking, met name tegen het gezag, de omgang en kinderalimentatie. De vrouw stelde zich op het standpunt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard en stelde zelf incidenteel hoger beroep in.
Het hof constateerde dat de ouders ernstig verstoorde communicatie hebben, ondanks langdurige hulp en begeleiding, waardoor gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is. Daarom blijft het gezag bij de moeder. De omgangsregeling wordt uitgebreid en stapsgewijs opgebouwd naar één zaterdag per maand van 10.00 tot 17.00 uur, inclusief verjaardagen. Begeleide omgang is niet noodzakelijk, en toezicht door het CJG wordt niet opgelegd.
Partijen bereikten overeenstemming over kinderalimentatie, waardoor dat onderdeel van het hoger beroep verviel. Het hof vernietigt het deel van de beschikking over omgang en stelt een nieuwe regeling vast, bekrachtigt de rest van de beschikking en wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof wijzigt de omgangsregeling en bevestigt dat alleen de moeder het gezag over de minderjarige heeft.