ECLI:NL:GHARL:2016:3031

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 april 2016
Publicatiedatum
18 april 2016
Zaaknummer
WAHV 200.170.023
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor door rood licht rijden ondanks matiging zekerheidstelling

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen een sanctiebeschikking van de kantonrechter Gelderland. Betrokkene was administratief gesanctioneerd met een boete van €220 wegens door rood licht rijden op 9 augustus 2013 in Nijmegen.

De betrokkene voerde aan dat de sanctie gematigd had moeten worden vanwege een eerder door de kantonrechter gematigde zekerheidstelling op grond van haar financiële draagkracht. Tevens stelde zij dat zij dubbel gestraft werd omdat zij niet tijdig op de hoogte was gebracht van een eerdere sanctie voor eenzelfde feit.

Het hof stelde vast dat de gedraging onomstreden was en dat dubbele sanctionering niet aan de orde was omdat de feiten op verschillende data waren vastgesteld. Het oordeel van de kantonrechter dat de zekerheidstelling vanwege financiële omstandigheden gematigd werd, betekent niet dat ook de sanctie zelf gematigd moet worden. Omdat betrokkene haar financiële draagkracht niet nader onderbouwde, zag het hof geen reden tot matiging van de sanctie.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €220 voor door rood licht rijden en wijst het verzoek tot matiging en kostenvergoeding af.

Uitspraak

WAHV 200.170.023
18 april 2016
CJIB 174650954
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland
van 13 maart 2015
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] ,
kantoorhoudende te [plaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard en bepaald dat de betrokkene € 227,- bij het Justitieel Incassobureau voldoet.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 4 april 2016. De betrokkene noch haar gemachtigde is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. C. Brontsema.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 220,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 9 augustus 2013 om 12:58 uur op de Oranjesingel kruising Van Schevichavenstraat te Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene heeft aangevoerd dat de kantonrechter de sanctie had moeten matigen nu deze het door haar gevoerde draagkrachtverweer in verband met de zekerheidstelling heeft gehonoreerd. Bovendien is de betrokkene twee keer bestraft doordat zij niet tijdig op de hoogte is gebracht van de eerste gedraging.
3. Het hof doet heden eveneens uitspraak op het hoger beroep van de gemachtigde van de betrokkene in de zaak met nummer WAHV 200.170.024. Die zaak betreft een op
19 augustus 2013 aan de betrokkene opgelegde sanctie van € 220,- ter zake van eenzelfde feit als het onderhavige. Dat feit is op 6 augustus 2013 geconstateerd op dezelfde locatie als vermeld in de onderhavige beschikking.
4. Het hof leidt uit het hoger beroep en uit de eerder door de betrokkene ingediende beroepschriften af dat de betrokkene niet ontkent dat zij op de in de beschikking vermelde plaats en tijd door rood licht is gereden. Nu uit het dossier niet anderszins blijkt stelt het hof vast dat de gedraging is verricht. Dat enkele feit rechtvaardigt op zichzelf reeds het opleggen van een sanctie.
5. De enkele omstandigheid dat aan de betrokkene een sanctie is opgelegd ter zake van een zelfde feit gepleegd op 6 augustus 2013 en zij ten tijde van de onderhavige gedraging nog niet op de hoogte was van die sanctie, brengt niet mee dat sprake is dubbele sanctionering van hetzelfde feit en geeft geen aanleiding tot vernietiging van één van beide beschikkingen.
6. Het hof leidt uit de beslissing van de kantonrechter af dat hij heeft geoordeeld dat de hoogte van het bedrag van de verplichte zekerheidstelling, gelet op de financiële omstandigheden van de betrokkene, een zodanige belemmering oplevert dat toepassing van het stelsel van zekerheidstelling zou neerkomen op een ontoelaatbare beperking van het in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden gegarandeerde recht op toegang tot een onafhankelijke rechterlijke instantie. Anders dan de gemachtigde kennelijk veronderstelt, vloeit uit dat oordeel niet voort dat de kantonrechter, indien hij heeft vastgesteld dat de gedraging is verricht, ook gehouden is het bedrag van de sanctie te matigen.
In aanmerking genomen dat de betrokkene haar beroep op het ontbreken van financiële draagkracht niet nader heeft onderbouwd, is het hof van oordeel dat de kantonrechter, nadat hij had vastgesteld dat de gedraging is verricht, daarin geen aanleiding hoefde te zien tot matiging of het op nihil stellen van de sanctie.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
Voor vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.