Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de beëindiging van de partneralimentatie tussen de vrouw en de man na hun echtscheiding in 2008. De man verzocht de rechtbank om de alimentatie te beëindigen omdat de vrouw samenleeft met een ander als waren zij gehuwd, hetgeen de alimentatieplicht beëindigt volgens artikel 1:160 BW Pro.
De rechtbank stelde vast dat de vrouw en haar partner een duurzame affectieve relatie hebben en een gemeenschappelijke huishouding voeren, waardoor de alimentatieplicht per 25 juni 2010 is geëindigd. De vrouw ontkende dit, maar het hof bevestigde na beoordeling van getuigenverklaringen, foto’s en andere bewijsstukken dat sprake is van samenleven als waren zij gehuwd.
Het hof oordeelde dat de vrouw onverschuldigde alimentatie moet terugbetalen vanaf die datum, vermeerderd met wettelijke rente, en veroordeelde haar in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep. De grieven van de vrouw werden verworpen en de bestreden beschikkingen werden bekrachtigd.
Uitkomst: De partneralimentatie eindigt per 25 juni 2010 wegens samenleven als waren zij gehuwd en de vrouw wordt veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde alimentatie en proceskosten.