Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
De motivering van de beslissing
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van een minderjarige tegen de beschikking van de kinderrechter tot machtiging van gesloten jeugdhulp. De minderjarige verbleef sinds oktober 2014 uit huis en sinds juli 2015 in een gesloten instelling vanwege gedragsproblemen. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de machtiging voor zes maanden.
De minderjarige stelde dat haar gedrag positief was veranderd en dat behandeling in een open setting mogelijk was. Het hof constateerde dat niet voldoende was onderbouwd dat de gesloten plaatsing noodzakelijk bleef. Incidenten na de eerdere zitting waren onvoldoende concreet toegelicht en er was geen bewijs dat de minderjarige zich aan de zorg zou onttrekken.
Daarnaast bleek dat een belangrijk persoonlijkheidsonderzoek nog niet was uitgevoerd, terwijl dit essentieel was voor een gerichte behandeling. De behandeling bestond voornamelijk uit het volgen van een training en naleving van regels, wat onvoldoende was voor de ernst van de problematiek.
Gezien het ingrijpende karakter van gesloten plaatsing en het ontbreken van een duidelijke noodzaak, wees het hof het verzoek tot verlenging af. Wel verlengde het hof de machtiging tot 26 april 2016 om tijd te geven voor een passende open plaatsing, mede gelet op de belangen en draagkracht van de moeder.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging machtiging gesloten jeugdhulp afgewezen, machtiging verlengd tot 26 april 2016.