Uitspraak
de man,
de gemeente.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die hem aansprakelijk stelde voor het verhaalsrecht van de gemeente Groningen met betrekking tot de bijstandsuitkering aan zijn ex-partner en hun minderjarige kind. De echtscheiding werd uitgesproken in 2013, waarna de vrouw een uitkering ontving op grond van de Wet werk en bijstand, later de Participatiewet.
De kern van het geschil betrof de vraag of de gemeente de kosten van de bijstandsverlening aan de vrouw op de man kon verhalen. Het hof oordeelde dat de gemeente onvoldoende had aangetoond dat zij had voldaan aan haar verplichting om zich in te spannen voor de arbeidsinschakeling van de vrouw, zoals vereist in artikel 4 lid 1 van Pro de gemeentelijke beleidsregels. De vrouw werd niet actief begeleid naar werk, terwijl zij sinds 2014 niet meer vrijgesteld was van arbeidsverplichtingen.
Gelet op het ontbreken van bewijs van voldoende inspanningen door de gemeente en het niet aannemelijk maken van blijvende psychische problematiek, concludeerde het hof dat het causaal verband tussen echtscheiding en bijstandsbehoefte niet was aangetoond. Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de gemeente af. Tevens werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking en wijst het verzoek van de gemeente af wegens onvoldoende inspanning arbeidsinschakeling ex-partner.