Uitspraak
zaaknummer 200.175.288van
zaaknummer 200.175.305van
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn sinds november 2012 feitelijk gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen. Ondanks een ouderschapsplan en mediationpogingen is de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord gebleven, wat nadelige gevolgen heeft gehad voor de kinderen, waaronder een ondertoezichtstelling van een van hen.
De moeder verzocht het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan haar toe te wijzen, terwijl zij tevens de omgang tussen vader en kinderen wilde beëindigen. De vader wilde de zorgregeling handhaven met een omgangsregeling van één weekend per maand.
Het hof oordeelde dat de communicatie tussen de ouders zodanig problematisch is dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar is en kende het eenhoofdig gezag toe aan de moeder. Tegelijkertijd werd de omgangsregeling van één weekend per maand bekrachtigd, waarbij de vader de kinderen op vrijdag bij de moeder thuis ophaalt en de moeder de kinderen op zondag terugbrengt.
Het hof benadrukte het belang van duidelijkheid en continuïteit voor de kinderen en waarschuwde dat bij niet-nakoming van de omgangsregeling de omgang op termijn kan worden beëindigd.
Uitkomst: Het hof beëindigt het gezamenlijk gezag en kent de moeder het eenhoofdig gezag toe, terwijl de omgangsregeling met de vader wordt bekrachtigd.