Uitspraak
de ouders,
de GI.
de pleegouders.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 14 januari 2016 uitspraak gedaan in hoger beroep over de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De ouders waren tegen de uithuisplaatsing en verzochten vernietiging van de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland. Het hof verwees naar de eerdere beschikking en nam de stukken en het verhandelde ter zitting in aanmerking.
De minderjarige was geboren in 2014 en vertoonde ernstige ontwikkelingsachterstanden en verwaarlozing. De moeder functioneert licht verstandelijk beperkt met bijkomende stoornissen, en de vader heeft eveneens leerproblemen. De kinderen van de ouders waren allen uit huis geplaatst. Ondanks intensieve hulpverlening, waaronder ambulante begeleiding en behandelingstrajecten, bleven de opvoedingsvaardigheden van de ouders onvoldoende. De minderjarige had een achterstand in motorische ontwikkeling en verkeerde in verwaarloosde toestand bij de ouders.
De ouders stelden dat de situatie in de thuissituatie verbeterd was en vroegen om een deskundigenonderzoek om thuisplaatsing te onderzoeken. Het hof oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Gezien de beperkingen van de ouders, het ontbreken van verbetering ondanks hulpverlening en de ontwikkelingsachterstand van het kind, achtte het hof een deskundigenonderzoek niet zinvol voor de huidige beoordeling.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kinderrechter tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 3 september 2016. De ouders hadden in hoger beroep voldoende gelegenheid gekregen hun bezwaren te uiten en de procedure bood ruimte om eerdere onvolkomenheden te herstellen.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wegens noodzakelijkheid in het belang van zijn verzorging en opvoeding.