Uitspraak
[verzoeker1] en [verzoeker2],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In een civiele procedure tussen verzoekers en Jeugdbescherming Noord te Groningen werd een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer A.W. Beversluis. Verzoekers vreesden dat de raadsheer niet onbevangen zou oordelen vanwege eerdere betrokkenheid bij vergelijkbare zaken waarin zij partij waren.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 36 Rv Pro en het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechter zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro en artikel 14 IVBPR Pro. De kamer stelde vast dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De kamer concludeerde dat de eerdere betrokkenheid van de raadsheer bij zaken met dezelfde verzoekers geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor partijdigheid in de onderhavige zaak. Het verzoek was onvoldoende gemotiveerd en de aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen wraking.
Daarom wees de wrakingskamer het verzoek af en bevestigde de onpartijdigheid van raadsheer Beversluis in deze procedure.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer Beversluis wordt afgewezen wegens gebrek aan gemotiveerde aanwijzingen voor partijdigheid.