ECLI:NL:GHARL:2016:355
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing mentorschap wegens onvoldoende gronden afgewezen
In deze zaak stond het hoger beroep van de mentor tegen de beschikking van de kantonrechter tot opheffing van het mentorschap over betrokkene centraal. Betrokkene had verzocht het mentorschap op te heffen, stellende dat zijn situatie was verbeterd en hij zelfstandig kon wonen zonder verslechtering van zijn cognitieve vermogens.
Het hof oordeelde dat betrokkene onvoldoende had onderbouwd dat de noodzaak voor het mentorschap was komen te vervallen. Het rapport van de verzekeringsarts uit 2013 was onvoldoende actueel en hield geen rekening met de situatie na het zelfstandig wonen. Diverse verklaringen en observaties, waaronder die van de mentor en een thuiszorgbegeleidster, wezen op aanhoudende problematiek, met name rondom overmatig alcoholgebruik en het ontbreken van overzicht en organisatievermogen.
Het hof nam mee dat betrokkene recentelijk schade had veroorzaakt onder invloed van alcohol en dat hij een chaotische indruk maakte tijdens de zitting. De stelling van betrokkene dat hij zijn belangen zelfstandig kon behartigen, werd niet overtuigend onderbouwd. Daarom werd het verzoek tot opheffing van het mentorschap afgewezen en de beschikking van de kantonrechter vernietigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van het mentorschap af en vernietigt de beschikking van de kantonrechter.