Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
[F] ontslagen als bewindvoerder over de gelden en goederen die aan betrokkene (zullen) toebehoren en is [de bewindvoerder] als bewindvoerder benoemd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak is het bewind over de goederen en gelden van betrokkene ingesteld wegens langdurige problematiek, waaronder overmatig alcoholgebruik en cognitieve beperkingen. Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind, stellende dat zijn situatie was verbeterd en dat hij zelfstandig kon wonen en zijn zaken regelen.
De kantonrechter had het bewind opgeheven, maar de bewindvoerder ging in hoger beroep en verzocht dit besluit te vernietigen. Het hof overwoog dat betrokkene onvoldoende had onderbouwd dat de noodzaak voor het bewind was komen te vervallen. Het rapport van de verzekeringsarts uit 2013 was onvoldoende actueel en betrokkene vertoonde nog steeds problematisch gedrag, zoals overmatig alcoholgebruik en chaotisch functioneren.
De bewindvoerder had bewijs geleverd van recente incidenten en verklaringen van een thuiszorgbegeleidster die de ernst van de situatie bevestigden. Het hof concludeerde dat voortzetting van het bewind noodzakelijk blijft om de vermogensrechtelijke belangen van betrokkene te beschermen en vernietigde de beschikking van de kantonrechter, waarbij het verzoek tot opheffing werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot opheffing van het bewind en wijst het verzoek tot opheffing af wegens onvoldoende onderbouwing.