Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden en hebben afspraken gemaakt over partneralimentatie, waarbij de man maandelijks een bijdrage levert aan de vrouw. De man verzocht de rechtbank om deze bijdrage met ingang van 1 oktober 2014 op nihil te stellen, maar dit verzoek werd afgewezen. In hoger beroep betoogde de man dat zijn draagkracht onvoldoende is om alimentatie te betalen, mede door gewijzigde woonlasten en een lening bij de ex-partner.
Het hof stelde vast dat de overeengekomen alimentatie niet gebaseerd was op de wettelijke criteria van behoefte en draagkracht, maar was afgestemd op de aanvraag van een bijstandsuitkering door de vrouw. Daarom weigerde het hof om deze overeenkomst vast te leggen. Het hof beoordeelde de draagkracht van de man op basis van zijn inkomen, woonlasten en fiscale voordelen, waarbij rekening werd gehouden met het einde van zijn relatie in augustus 2015.
De woonlasten werden gecorrigeerd voor een lening en een korting wegens onredelijke woonlasten werd toegepast. De behoefte van de vrouw aan partneralimentatie werd vastgesteld op €884 netto per maand. Het hof concludeerde dat de man draagkracht heeft voor een bijdrage van €443 per maand vanaf 24 november 2014, maar omdat hij niet slechter mag worden van zijn hoger beroep, werd het verzoek afgewezen. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlaging van de partneralimentatie op nihil af en compenseert de proceskosten in hoger beroep.