Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek tot vaststelling en wijziging van kinderalimentatie na het beëindigen van de relatie tussen de man en de vrouw in 2003. Het geschil gaat over de hoogte van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kind, geboren in 2000. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €625 per maand vanaf 16 maart 2015, maar de man was in eerste aanleg niet verschenen en ging in hoger beroep.
De man voerde aan dat de alimentatie oorspronkelijk was vastgesteld op €65 per maand en dat hij financieel niet in staat was de hogere bijdrage te betalen. De vrouw stelde dat de man naast zijn uitkering inkomsten had uit een vennootschap en dat de behoefte van het kind hoger was dan het oorspronkelijke bedrag. Beide partijen erkenden dat zij in 2004 een alimentatieovereenkomst van €65 per maand hadden gesloten.
Het hof beoordeelde de behoefte van het kind op basis van het inkomen van partijen rond 2002 en concludeerde dat de behoefte geïndexeerd naar 2015 €450,90 per maand bedroeg. De draagkracht van de man werd beperkt geacht vanwege zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering en schulden, terwijl de draagkracht van de vrouw niet kon worden vastgesteld wegens onvoldoende financiële gegevens. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek tot wijziging van de alimentatie af, omdat partijen hun verplichting tot het aanleveren van relevante financiële informatie niet waren nagekomen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie af en bevestigt de alimentatie van €65 per maand vanaf 2004 tot 16 maart 2015.