Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
- de memorie van grieven tevens akte wijziging c.q. aanvulling van eis (met producties),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant en geïntimeerde waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2001 gescheiden. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk voor een schuld aan Finata Bank B.V. van € 13.004,76, waarvoor zij in eerste aanleg zijn veroordeeld. Appellant vordert in deze vrijwaringszaak dat geïntimeerde hem betaalt voor het deel van de schuld dat hij meer dan de helft heeft voldaan.
De primaire vordering van appellant, gebaseerd op een vermeende afspraak uit 2004 over betaling van ruim € 14.000,-- door geïntimeerde, wordt verworpen wegens onvoldoende bewijs. Wel wordt de subsidiaire vordering toegewezen voor zover appellant meer dan de helft van de schuld aan Finata heeft voldaan of zal voldoen. Het hof overweegt dat een voorwaardelijke veroordeling mogelijk is, ook al is de regresvordering nog niet ontstaan.
Geïntimeerde woont inmiddels in Ecuador, wat het belang van appellant vergroot om mogelijke procesrechtelijke complicaties en verjaring te voorkomen. De kosten van beide instanties worden gecompenseerd. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en doet opnieuw recht conform deze overwegingen.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling aan appellant voor het meerdere dan de helft van de schuld aan Finata die appellant heeft voldaan, onder voorwaarde van behoorlijk bewijs van kwijting.