Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente De Wolden(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn onroerende zaak en verzocht om een hoorzitting en proceskostenvergoeding. De heffingsambtenaar stemde in met een telefonische hoorzitting in plaats van een fysieke zitting. Tijdens dit telefoongesprek werd de waarde besproken en werd belanghebbende expliciet gevraagd of hij voldoende was gehoord.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af en oordeelde dat het telefonisch hoorgesprek geen hoorzitting was in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waardoor geen vergoeding voor het hoorgesprek werd toegekend. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat het telefonische hoorgesprek wel als een hoorzitting moet worden beschouwd, ondanks het ontbreken van formele vereisten zoals een hoorverslag. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de beschikking van de heffingsambtenaar omtrent de proceskostenvergoeding, en veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van een volledige proceskostenvergoeding van € 2.476 aan belanghebbende.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar verplicht het betaalde griffierecht voor zowel het beroep bij de rechtbank als het hoger beroep te vergoeden. Het arrest benadrukt dat de vorm van de hoorzitting (telefonisch versus fysiek) niet bepalend is voor het recht op proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het telefonisch hoorgesprek als hoorzitting geldt en veroordeelt de heffingsambtenaar tot volledige proceskostenvergoeding.