Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden en hebben een minderjarig kind. De man was verplicht kinderalimentatie te betalen, maar in 2009 tekende hij een afstandsverklaring waarin hij afstand deed van zijn rechten en plichten ten aanzien van het kind, waaronder volgens hem ook de alimentatieplicht.
De vrouw heeft gedurende circa vijf jaar na deze verklaring geen aanspraak gemaakt op achterstallige alimentatie. De man stelde daarop dat zij haar recht tot vordering had verwerkt. De vrouw betwistte dit, maar kon niet aantonen dat zij de alimentatieplicht bleef opeisen.
Het hof oordeelde dat door het gedrag van de vrouw en de afstandsverklaring bij de man het gerechtvaardigd vertrouwen is ontstaan dat de vrouw haar aanspraak niet meer geldend zou maken. Daarom is sprake van rechtsverwerking en wordt het recht op vordering van achterstallige alimentatie over genoemde periode verworpen.
De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd vanwege de bijzondere relatie tussen partijen en het onderwerp van de procedure.
Uitkomst: De vrouw heeft haar recht op vordering van achterstallige kinderalimentatie over de periode 14 oktober 2009 tot 14 oktober 2014 verwerkt.