ECLI:NL:GHARL:2016:4930
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter over verbeurte dwangsom in bestuursrechtelijke sanctie
De zaak betreft hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van 2 april 2014, die het beroep van betrokkene tegen de weigering van de officier van justitie om een dwangsom vast te stellen ongegrond verklaarde. Betrokkene had een administratieve sanctie van € 360,- opgelegd gekregen en stelde bezwaar en beroep in tegen de beslissingen van de officier van justitie.
De kern van het geschil is of de officier van justitie een dwangsom heeft verbeurd wegens het niet tijdig geven van een beschikking op aanvraag, in het bijzonder over de doorzendtermijn van het beroepschrift. De kantonrechter oordeelde dat het doorsturen van een beroepschrift een feitelijke handeling is en geen beschikking, en dat de officier van justitie na het instellen van beroep slechts als postbus fungeert.
Het hof bevestigt deze beslissing met verbetering van gronden. Het verzoek van de gemachtigde om vernietiging van de beschikking wegens schending van de doorzendtermijn heeft geen wettelijke grondslag en is geen aanvraag in de zin van de Awb. Er is dan ook geen dwangsom verbeurd. Tevens veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van € 243,50 wegens het indienen van het hoger beroepschrift.
De procedure toont een gescheiden behandeling van de verbeurte van de dwangsom en de sanctie zelf, waarbij het hoger beroep uitsluitend betrekking heeft op de dwangsom. Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken ter openbare zitting op 17 juni 2016.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geen dwangsom is verbeurd en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten.