Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid centraal na een ongeval op een fietspad tijdens een minitriatlon georganiseerd door een middelbare school. Appellant, die niet deelnam aan de minitriatlon, raakte betrokken bij een valpartij nadat geïntimeerde, deelnemer aan de minitriatlon, tegen een hardloopster was aangereden. Appellant vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige daad van geïntimeerde.
De rechtbank wees de vorderingen af, waarna appellant in hoger beroep ging. Het hof onderzocht de feiten, waarbij het ging om de vraag of geïntimeerde een verkeersfout had gemaakt die aansprakelijkheid zou rechtvaardigen. Uit getuigenverklaringen bleek dat geïntimeerde de hardloopster had geraakt nadat hij en een andere deelnemer appellant hadden ingehaald. De verklaring van appellant werd niet ondersteund door overtuigend bewijs.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende had bewezen dat geïntimeerde onrechtmatig had gehandeld. Ook het bewijsaanbod van appellant in hoger beroep werd gepasseerd wegens onvoldoende specificiteit. De eerdere uitspraak van de kantonrechter werd daarom bekrachtigd, en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.