ECLI:NL:GHARL:2016:5205
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring OM bij invordering rijbewijs beginnend bestuurder
Op 16 november 2014 werd verdachte, een beginnend bestuurder op een snorfiets, staande gehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 425 microgram per liter uitgeademde lucht. Het rijbewijs werd ingevorderd en door de officier van justitie voor vier maanden in beslag genomen. Verdachte diende een klaagschrift in tegen deze invordering, waarop de raadkamer de teruggave van het rijbewijs gelastte. In eerste aanleg verklaarde de politierechter het openbaar ministerie niet-ontvankelijk omdat de officier van justitie onvoldoende rekening had gehouden met de verhouding tussen de ernst van het delict en de duur van de inhouding, gelet op de lagere oriëntatiepunten van de rechtbank.
Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Het hof overwoog dat er destijds een discrepantie bestond tussen de richtlijnen van het openbaar ministerie en de oriëntatiepunten van de rechtspraak, maar dat dit niet betekent dat de officier van justitie onjuist heeft gehandeld. De officier van justitie had conform zijn bevoegdheid en richtlijnen gehandeld en er was geen sprake van schending van ongeschreven procesbeginselen zoals het gelijkheidsbeginsel, zuiverheid van oogmerk of een redelijke belangenafweging.
Het hof benadrukte dat de rechter niet gebonden is aan de beslissing van de officier van justitie en dat verdachte de mogelijkheid heeft een klaagschrift in te dienen om een langere invordering te voorkomen. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk en verwees de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het OM en verklaart het OM ontvankelijk in de vervolging.