Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant 2] ,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
€ 4.087,86
€ 11.377,14
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen sloten op 27 januari 2012 een intentieovereenkomst voor gezamenlijke aankoop en herinrichting van een boerderij tot zorgboerderij. [Appellant 2] zou € 1,7 miljoen bijdragen, [geïntimeerde] € 400.000. Na uitvoerige voorbereidingen en wekelijkse overleggen liepen de onderhandelingen vast, vooral over financiering en zeggenschap.
Op 15 november 2012 stelde [appellant 2] voor dat [geïntimeerde] alleen verder zou gaan met een andere financier en de gemaakte kosten zou vergoeden. Partijen waren het erover eens dat geen onvoorwaardelijke beëindigingsovereenkomst was gesloten. Het hof oordeelde dat geen sprake was van tekortkoming of ongeoorloofd afbreken van onderhandelingen.
[Appellanten] stelden dat [geïntimeerde] ongerechtvaardigd was verrijkt door gebruik van hun inspanningen, maar het hof vond dat dit onvoldoende was onderbouwd en verwees de zaak terug voor nadere uitwerking van de vijf vereisten voor ongerechtvaardigde verrijking.
Verder wees het hof de vordering tot vergoeding van rente en incassokosten af wegens gebrek aan grondslag. Partijen werden aangemoedigd hun onderhandelingen te hervatten en een schikking te treffen. Het hof hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: De zaak is verwezen voor nadere uitwerking van ongerechtvaardigde verrijking en verdere beslissing is aangehouden.