Uitspraak
[verzoeker],
1.Het verloop van de procedure
Dit tussenarrest bevindt zich in afschrift bij de dossierstukken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen drie raadsheren van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. Verzoeker stelde dat de beslissingen in een eerder tussenarrest, waarin zijn onderzoekwensen werden afgewezen, zodanig onbegrijpelijk waren dat dit alleen door vooringenomenheid kon worden verklaard.
De wrakingskamer heeft het verzoek tijdig en ontvankelijk verklaard en onderzocht of er sprake was van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Hierbij werd benadrukt dat het wrakingsmiddel niet mag worden gebruikt als verkapt middel tegen onwelgevallige procedurele beslissingen. De inhoudelijke juistheid van die beslissingen is niet aan de wrakingskamer.
De wrakingskamer concludeerde dat de afwijzing van de verzoeken een procedureel karakter heeft en dat uit de beslissingen geen aanwijzing voor vooringenomenheid valt af te leiden. De motivering was niet zo onbegrijpelijk dat een objectieve indruk van vooringenomenheid werd gewekt. Verzoeker kan tegen het eindarrest cassatie instellen.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen door de wrakingskamer, die bestond uit mr. J.H. Kuiper, mr. J. Beswerda en mr. I.F. Clement.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.