ECLI:NL:GHARL:2016:5402
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. Jonkman
- M.P. den Hollander
- J.P. Evenhuis
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en partneralimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 1989 gehuwd en zijn in scheiding geraakt. De man verzocht de rechtbank om echtscheiding en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en stelde de verdeling vast, waaronder verkoop van de woning en verdeling van bankrekeningen en voertuigen.
De vrouw ging in hoger beroep tegen de verdeling en vorderde partneralimentatie van € 2.000 per maand. De man betwistte de alimentatieplicht en stelde dat de lotsverbondenheid was vervallen door grievend gedrag van de vrouw, waaronder een incident met heet frituurvet. Het hof oordeelde dat onvoldoende vaststond dat de lotsverbondenheid was beëindigd en dat de alimentatieplicht niet gematigd werd. Vanwege de financiële situatie van de man, die vanaf april 2016 op bijstandsniveau leeft, werd de alimentatieplicht vanaf inschrijving echtscheiding op nihil gesteld.
De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werd door het hof aangepast. De peildatum bleef 23 januari 2015. De woning wordt verkocht, de hypotheekschuld afgelost met spaargelden, en het eventuele surplus of tekort wordt gelijk verdeeld. Diverse bankrekeningen werden toegedeeld aan de man met verplichting tot uitkering van de helft aan de vrouw. De Ford Fiësta werd aan de vrouw toegekend, de Renault Espace aan de man. De caravan wordt verkocht en opbrengst verdeeld. De man moet een bedrag van € 7.479,41 aan de vrouw betalen.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de verdeling betrof en bekrachtigd voor het overige. De proceskosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap anders vast en bepaalt dat de man vanaf inschrijving echtscheiding geen partneralimentatie hoeft te betalen.