ECLI:NL:GHARL:2016:5515
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijkheid beroep op grond van niet-tijdige indiening bij WAHV-sanctie
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een administratieve sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) niet-ontvankelijk had verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De inleidende beschikking was op 23 mei 2013 aan betrokkene toegezonden, waarna het beroep uiterlijk op 4 juli 2013 had moeten worden ingediend. Het beroepschrift werd echter pas op 4 augustus 2014 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn. Betrokkene stelde dat hij pas door een executiemededeling van het Bundesamt für Justiz op 17 juli 2014 kennis had genomen van de beschikking en dat de verzending niet op de juiste wijze had plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat de verzending van de beschikking aan het juiste adres volgens Nederlands recht afdoende was en dat de stelling dat de Europese verordening 1393/2007 analoog van toepassing zou zijn, werd verworpen. De enkele ontkenning van ontvangst door betrokkene was onvoldoende om het verzuim te weerleggen. Daarom was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene ten bedrage van €1.470,20.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding van de beroepstermijn wordt ongegrond verklaard en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.