Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verder gezamenlijk te noemen: de ouders,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen met verstandelijke beperking en gedragsproblematiek werd verlengd. De ouders betwistten deze verlenging en stelden dat zij met adequate hulpverlening in staat zijn hun kinderen thuis op te voeden.
Het hof oordeelde dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn. De minderjarigen hebben intensieve 24-uurszorg nodig die de ouders, ondanks hun goede bedoelingen, niet kunnen bieden. De kinderen vertonen hechtingsproblematiek en hebben behoefte aan een gestructureerde en voorspelbare omgeving die alleen professionele opvoeders kunnen bieden.
De ouders ontkennen de problematiek en missen het pedagogisch inzicht dat nodig is. De minderjarigen hebben aangegeven het naar hun zin te hebben op hun huidige verblijfplaatsen. Het hof concludeert dat continuïteit en veiligheid in de verzorging en opvoeding alleen gewaarborgd zijn door verlenging van de uithuisplaatsing.
Daarom wordt de beschikking van de kinderrechter van 15 december 2015 bekrachtigd en blijft de machtiging tot uithuisplaatsing van de twee minderjarigen van kracht tot 17 december 2016.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de twee minderjarigen wordt verlengd tot 17 december 2016.