ECLI:NL:GHARL:2016:7358
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie bij gewijzigde gezinssituatie en draagkrachtberekening
Het geschil betrof de vaststelling van de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn drie minderjarige kinderen na ontbinding van het huwelijk met de vrouw. De man was hertrouwd en onderhoudsplichtig geworden voor twee kinderen uit dat huwelijk, terwijl de vrouw samenwoonde met een nieuwe partner.
De rechtbank had eerder een bijdrage van €312 per kind vastgesteld, waartegen de man in hoger beroep ging met vijf grieven, voornamelijk gericht op zijn draagkracht. De vrouw kwam in incidenteel hoger beroep met twee grieven over de draagkracht en zorgkorting. Het hof beoordeelde de draagkracht van beide partijen, waarbij het kindgebonden budget en de fiscale partnerschapssituatie werden betrokken.
Het hof oordeelde dat de nieuwe partner van de vrouw niet onderhoudsplichtig is en dat de man zijn woonlasten niet volledig in mindering kon brengen. Ook werd geen rekening gehouden met rentelasten en aflossingen van een flexibel krediet dat de man had afgesloten, deels voor advocaatkosten. De zorgkorting werd vastgesteld op 15%, ondanks het feit dat de man sinds januari 2015 geen contact meer had met de kinderen.
Uiteindelijk stelde het hof de kinderalimentatie vast op €339 per kind per maand vanaf 19 maart 2015 en €284 per kind per maand vanaf 23 september 2015, waarbij de man ook verplicht werd geacht bij te dragen in de kosten van de kinderen uit zijn nieuwe huwelijk. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 19 maart 2015 €339 per kind per maand betalen en vanaf 23 september 2015 €284 per kind per maand als kinderalimentatie.