ECLI:NL:GHARL:2016:7389
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep proceskostenvergoeding bij bestuursrechtelijke sanctie
In deze bestuursrechtelijke zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie inzake een proceskostenvergoeding. De betrokkene had een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten gemaakt in de fase van het administratief beroep tegen een bestuursrechtelijke sanctie.
Het hof stelde vast dat de inleidende beschikking van de officier van justitie was vernietigd wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Hierdoor was het verzoek tot proceskostenvergoeding terecht en diende het toegewezen te worden. Het hof vernietigde de eerdere beslissingen en wees de vergoeding alsnog toe.
De vergoeding werd forfaitair berekend aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij het hof een wegingsfactor toepaste van 0,5 voor de administratief beroep fase en 0,25 voor de fase bij de kantonrechter en het hoger beroep, vanwege het lichte karakter van het geschil.
Het hof veroordeelde de advocaat-generaal tot het betalen van een totaalbedrag van €547,87 aan proceskostenvergoeding aan de betrokkene. De zaak werd behandeld zonder aanwezigheid van betrokkene en zijn gemachtigde, met mr. H. de Ruijter als vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: Het hof kent proceskostenvergoeding van €547,87 toe aan betrokkene wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.