Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
recht heeft.”en
Algemene beginselen voor de terugbetaling van kosten:
Uit een en ander, in onderling verband en samenhang bezien, vloeit voort dat [appellante] in beginsel had kunnen volstaan met de reguliere ziekenhuisbehandeling volgens de stationäre Krankenhausabrechnung waarbij niet valt in te zien waarom de ständige ärztliche Vertreter, onder wie [de chef-arts] , niet zouden hebben kunnen en moeten profiteren van diens kennis op het gebied van tropengeneeskunde. Deze beperking wordt gerechtvaardigd doordat uiteindelijk bepalend is op welke prestaties de verzekerde uit hoofde van de Nederlandse Zorgverzekeringswet recht heeft. Het is dus niet zo dat [appellante] de binnen het maximaal geldende Wmg-tarief beschikbare gelden (hier: € 5.616,62) mede ter vrije beschikking had voor haar chef-artskeuze. Artikel B5 van de verzekeringsvoorwaarden, dat onmiskenbaar een beperking vormt op artikel B9, verklaart immers niet voor rekening van de verzekeraar die zorg welke onnodig is, of onnodig veel kost in vergelijking met een andere zorgvorm die gelijkwaardig is gezien de indicatie en zorgbehoefte van de verzekerde.
6.De slotsom
€ 1.896(3 punten x appeltarief I)